Blog

Het NK ijsberen

Hier leef ik altijd zo naar toe. Die natuurijs wedstrijden; dat is toch het echte werk! Zware koersen, onvoorspelbare omstandigheden, scheuren en rechter bochten. Dit alles maakt het veel leuker en spannender om hier op het natuurijs van de Weissensee te schaatsen.

De dag voor de wedstrijd was ons team al druk aan het ijsberen door de huiskamer over de beste tactiek. Het zou een wedstrijd van 80 km (8 rondjes over het kleine meer) worden. Ik houd van aanvallen, ben geen rassprinter en zodoende wilde ik graag een kopgroep vormen. Maar ik weet ook dat dat lastig is in zo’n eerste natuurijs wedstrijd. Het altijd even wennen en uiteraard wil iedereen winnen!

Het was gisteren eindelijk zo ver. Team iMFARMING stond aan de start van het Open Nederlands Kampioenschap natuurijs en we waren klaar om te knallen. Het begin van de wedstrijd was onrustig. Keer op keer werden er korte aanvallen geplaatst. Maar de kleine kopgroepen die ontstonden kregen geen enkele ruimte van het peloton. Wel was het peloton na zo’n 50 km te hebben gereden behoorlijk uitgedund. Zo ijsbeerde ik verder over het gladde ijs met hier en daar een scheur; stoempen stoempen, stoempen. Daar houd ik w
el van maar waar ik níet van houd is een massasprint!! Ik kwam tot de conclusie dat zelfs 80 km te kort was om een echte kopgroep te vormen. Mijn laatste poging was er een van alles of niets. Met nog 2 km te gaan reden er twee sterke dames op kop. Vanuit het peloton sprong ik er naartoe. Ik dacht: “nu is mijn kans. Ik ga er op en er over.” Met nog 1 km tot de finishlijn gaf ik alles wat ik in mij had. Ik besloot er voor te gaan en niet achterom te kijken. Ik had geen idee wie er achter me zat en of ik überhaupt wel een gat had weten te slaan. Helaas was het niet genoeg en kwamen de meiden langs mij gesprint. Mijn teamgenootje Janneke had goede benen en een hele krachtige sprint. Ze zoefde langs me heen en eindigde op een geweldige vijfde plaats. Zelf wist ik als achtste over de finish te komen. Voor mij zeker geen slechte prestatie in de eindsprint maar toch had ik op meer gehoopt. Nu ga ik mij voorbereiden op de 200 km die woensdag verreden zal worden. Als die nog niet lang genoeg is om een kopgroep te vormen dan weet ik het ook niet meer. Nog twee nachtjes de tijd om te ijsberen over mijn tactiek.
DSC_0058-X2