Blog

Van de wereld aan de andere kant van de wereld

Ik was even van de wereld toen ik afgelopen zaterdag in de eerste volle ronde op het WK ten val kwam. Ik krabbelde snel op en deed een poging weer aan te haken bij de Zwitserse Sina Frei. Hierbij mijn blog over dit bewogen WK week aan de andere kant van de wereld.

Het was tien dagen vóór het WK dat zou plaatsvinden in het Australische Cairns. De leden van het Nederlands team, bestaande uit 7 renners en 3 begeleiders, sleepten met hun koffers, fietsen, massagetafels en gereedschap over de luchthaven. Er stond ons een lange reis te wachten. Via een tussenstop van 16 uur in Hongkong (die uiteraard werd gebuikt om wat cultuur te proeven) bereikten we uiteindelijk Cairns. Ik was meteen onder de indruk van het mooie gebied. Het regenwoud en het strand waren prachtig. Heel veel tijd om meer te zien van de overweldigende natuur in Australië was er niet. Het zou een belangrijk WK voor mij worden en ik focuste mij het liefst volledig op de wedstrijd. Ik voelde de goede vorm en op mijn laatste WK in de categorie ‘onder 23’ was ik er uiteraard op gebrand voor de medailles te gaan.
De trainingen voorafgaand aan de wedstrijd waren onwijs gaaf. Het was geweldig om dwars door de jungle te fietsen. De tropische bomen en lianen zag ik langsflitsen tijdens de snelle afdaling van dit parcours. Dat is nog eens genieten.

170909_20155_by_Weschta_AUS_Cairns_WCh_XCO_WU_Tauber
Dit ‘jungle parcours’ heeft alles in zich: krap, stijl, technisch en tactisch. Doordat de lange klim op dit parcours zo smal is, is er weinig plaats om in te halen en is een goede start cruciaal. Zigzaggend gaat de klim omhoog totdat je met gierende hartkleppen bovenaan de eerste ‘rockgarden’ komt. Door de vermoeidheid een extra lastig te nemen sectie. Direct hierna volgt een heuse raceafdaling met strakke kombochten en spectaculaire sprongen. De snelheid loopt hier op tot 50 km per uur.


Op zaterdag was ik klaar voor de wedstrijd. Met een paar pijnstillers achter de kiezen fietste ik me warm op de rollerbank. Tja, die pijnstillers had ik helaas nodig want de dag voor de race was ik op mijn knie gevallen en was er vocht in ontstaan. Gelukkig kwam er na vijf minuten fietsen weer een grote glimlacht op mijn gezicht. Ik had geen pijn en wist dat ik nog altijd mee zou kunnen strijden voor het podium.
Ik was pijlsnel uit de startblokken. Met een kopstart vloog ik over de eerste 300 meter van het parcours. Uit mijn ooghoeken zag ik Kate Courtney versnellen, een foutje maken en hoorde ik haar onderuit gaan. Ook Alessandra Keller viel en deze twee dames waren samen met Sina Frei mijn grootste concurrentes. Ik was blij dat ik niet bij de val betrokken raakte en sjeesde verder, nu vlak achter Sina Frei, het parcours over. In de eerste klim was ik tevreden met mijn tweede positie. Zolang ik Sina kon volgen was er geen reden om drukte te maken. We kwamen na
één ronde al op flinke voorsprong langs de start- finishlijn. Ik leek in een perfecte uitgangspositie te zitten. Maar… wil je winnen, dan moet alles van het begin tot het einde goed gaan. Eén simpel bochtje op stenige ondergrond schatte ik totaal verkeerd in en ik gleed onderuit. Gelukkig kon ik snel weer opkrabbelen en met spetters bloed op mijn mooie witte schoenen sloot ik weer snel aan bij Sina. Ik wilde nu geen fouten meer maken en was blij dat ik zo makkelijk weer de aansluiting had gevonden. Tóch ging het voor de tweede keer mis. Ditmaal had ik te maken met een veel langdurigere stop. Mijn derailleur gaf problemen waardoor mijn ketting er telkens af vloog. Vele dames flitsen langs en ik stond daar maar te prutsen. Dit gedoe kostte me ruim 40 seconden. Toch sprong ik vol goede moed weer op mijn fiets en begon aan mijn inhaalrace. Ik wist dat de regenboogtrui voor de wereldkampioen dit jaar niet van mij zou worden maar nog altijd had ik hoop op een podiumplaats. Al snel had ik de top 3 weer in zicht maar ik voelde dat mijn benen af en toe begonnen te verkrampen. “Shit” dacht ik, “ben ik nu toch te snel en te enthousiast aan mijn inhaalrace begonnen?” Het lukte niet meer, de power en het vertrouwen waren weg. Ik verloor een aantal plaatsen en keek soms gefrustreerd naar beneden waar ik een rood bebloed been als een wilde in de rondte zag trappen. Het was tevergeefs. Als 6e kwam ik over de finish. Ik baalde als een stekker. Ondanks het feit dat een 6e plaats niet slecht is, wist ik gewoon dat er veel meer had ingezeten.

De wond die mijn schoen rood had gekleurd was dieper dan gedacht. Een half uur na mijn wedstrijd werden er met zorg acht hechtingen in mijn knie geregen in de EHBO tent. Of het door de verdoving kwam of dat de dokter toverdraad gebruikte; ik kon alles toch snel weer in positief daglicht zien. Ik besefte me dat dit bij de sport hoort. Sport is hard maar zit vol emoties. Zonder teleurstelling bestaat er geen vreugde. Ik ga mijn knie goed laten genezen, zal de rustperiode in gaan en volgend seizoen weer keihard knallen in de Elite categorie.

Ik was overigens niet de enige met pech. Onze U23 jongen Marc Bouwmeester viel al op de eerste dag en moest een flink aantal dagen in het ziekenhuis doorbrengen. Ik hoop dat wij hem als team kracht en moed hebben geven en dat hij snel weer zal opknappen. Heel veel beterschap Marc!