Blog

Thrillers en sprookjes in de World Cup

Als een verhaaltje eindigt met ‘nog lang en gelukkig’, gaan de oogjes meestal vredig toe. En door mijn sprookje van gisteren ben ik vannacht ook vredig in slaap gevallen. Mijn verhaal begon eigenlijk als een Thriller in het plaatsje Albstadt in Duitsland.
170528_31426_by_Sigel_GER_Albstadt_XCO_WE_Tauber
De tweede World Cup stond voor de deur en na de goede wedstrijd van vorige week had ik veel vertrouwen. Bovendien mocht ik op de tweede startrij plaatsnemen. Toen het startschot werd afgevuurd begon het begin van mijn Thriller. Het voelde alsof alles me even tegen zat. Ik was erg moeizaam weg en de startronde was behoorlijk vlak. Ik mag dan wel uit het vlakste stukje Nederland komen maar dat wil nog niet zeggen dat ik geboren ben voor oer-Hollands stoempwerk. Vanaf mijn mooie elfde startpositie viel ik helemaal terug richting de top dertig. Halverwege de startronde versmalde het parcours naar een smal paadje met vele kiezelstenen. Feitelijk was er op dat twee meter brede pad maar een klein spoortje goed rijdbaar en daar wilde natuurlijk iedereen zitten. Ik fietste daar in ieder geval niet en moest tussen het gedrang afstappen. Als een gek begon ik te rennen, in de hoop niet nóg meer plaatsen te verliezen. Ik stapte weer op maar niet veel later gebeurde exact dit nog een keer. Na twee maal rennen zat ik niet op de positie die ik had gehoopt.

“Ach”, dacht ik, “de startronde is gedaan en ik ga nu gewoon beginnen aan een spetterende inhaalrace.” Maar de thriller had helaas nog een tweede hoofdstuk. De steile klimmen op de berg van Albstadt vielen me zwaar. Ik kwam er voor mijn gevoel niet overheen. Ik probeerde mijn benen aan te sturen: “Duwen, trekken, duwen en trekken aan de pedalen” maar mijn benen wilde niet luisteren.
Achter mij zaten veel rijdsters die betere benen hadden en angstig keek ik zo nu en dan over mijn schouder hoe snel ze dichter bij kwamen. Ik voelde me als een verdwaald meisje in het bos dat achtervolgd werd door boze monsters. Monsters die veel harder konden trappen dan ik. Zo viel ik terug tot de 22e plaats. En t
óen werd ik echt boos op mezelf. Ik moest en zou toch harder kunnen!

Halverwege de derde ronde waren de pagina’s in het Thriller verhaal ineens op en begon er een nieuw verhaal. Deze keer was het een sprookje. Uit het niets begonnen mijn benen weer te functioneren en had ik weer de spirit die ik van mezelf gewend was. Nu werd
ík het boze monster met het mes tussen mijn tanden, op jacht naar alle bange meisjes in het bos.

Het voordeel van het rijden in de Elite categorie, is dat de gaten tussen de rijdsters zelden heel groot zijn. Goede- of slechte benen hebben kan zo maar een plaats of 10 verschil maken. Ik fietste van groepje naar groepje en passeerde veel dames die in deze zware en warme omstandigheden in moeilijkheden raakten. Van de top 20 fietste ik naar de top 15 en kreeg zelfs nummer 10 in zicht. Op de allerlaatste klim zat ik in het wiel van nummer 11 en ik was er van overtuigd dat ik haar moest kunnen pakken. Met nog 500 meter te gaan maakte ik op het grasveld een strakke inhaal manoeuvre en wist de 11e positie in te nemen. Met de finish in zicht had ik wel door dat ik nog hard moest sprinten om de Amerikaanse Erin Huck achter me te houden. Ik had me misschien te vroeg rijk gerekend want ze had meer power over dan ik. Zo was het een gevecht tot de laatste meter en helaas verloor ik de 11e plaats op een Prinses Rapunzel haar. Dit was een klein minpuntje in het uiteindelijk toch goed aflopende sprookje. Met een 12e plaats kan ik gewoon zeer tevreden zijn. Ik heb mijn eerste twee World Cups hartstikke constant gereden en mooie resultaten laten zien.

Zo fietste ik nog lang en gelukkig tijdens mijn cooling-down in Albstadt.