Blog
Flitskabouter

Neuzen dezelfde kant op in de wind

Inmiddels zit mijn 4e KPN marathon cup er weer op en ik besef me dat ik helemaal geen updates heb geplaatst over mijn tweede liefde; het marathon schaatsen.

Ik zeg wel ‘mijn tweede liefde’ maar sport is eigenlijk niet altijd liefde. In de marathon wedstrijden wil ik namelijk één ding vooral níet en dat is een eindsprint moeten rijden met 80 man. Als ik een eindsprint moet aangaan is het alles behalve liefde. Trouwens; ook de liefde onder de rijdsters is dan ver te zoeken. Om iedere centimeter wordt geknokt. Ik vind het fantastisch om te schaatsen maar na zo’n sprint finale ben ik toch vaak een beetje teleurgesteld.

De afgelopen 3 wedstrijden waar ik aan de start stond had ons team (team iM FARMING) zijn uiterste best gedaan maar van een kopgroep was het nog niet gekomen.

Maar… toen ik afgelopen zaterdag voorafgaand aan de wedstrijd het ijs in Alkmaar bestudeerde kreeg ik een onderbuik gevoel. Het gevoel dat het wel eens een spannende wedstrijd kon gaan worden. Op het rechte stuk voor de finishlijn stond een stevige tegenwind. De ‘Zamboni’ machines die het ijs prepareerden bleven rondje na rondje rijden in een poging een glad vloertje neer te leggen. Het was tevergeefs, en dat was mijn geluk die avond.

Het peloton in Alkmaar reed het eerste deel van de wedstrijd in een langgerekt lint. Dat zegt meestal al voldoende; het is een zware koers. Er waren dan ook niet veel aanvallen nodig voordat er een kleine kopgroep ontstond. De namen van deze aanvallers; Irene Schouten, Lisa van der Geest, Emma Engberts, Imke Vormeer en ik. Zoals meestal zat ik er bij, maar later zal blijken, was het podium niet voor mij.

Alkmaar8-12-18(5)

Ik doe kort verslag van hoe het verliep voor deze strijdlustige kopgroep. De meiden van het groepje waarin ik reed zijn allemaal bikkels en ik heb respect voor hun manier van koersen. Er werd goed samengewerkt en (met) onze neuzen (vol in de wind) stonden dezelfde kant op. We wilden graag zo snel mogelijk een rondje voorsprong pakken op het peloton. Het peloton was echter in kleine stukjes versnipperd; meiden die de oversteek naar onze groep wilden maken en meiden met hun tong op hun schoenen die het niet meer redden. Nadat wij ronde na ronde hadden gebikkeld kwam ons toch een flinke groep achtervolgers achterop gereden. Mijn teamgenoot Janneke Elzinga zat hier bij en oogde nog sterk. Het was voor ons uiteraard heel erg fijn om met zijn tweeën in de kop van de wedstrijd te zitten.
Echter wilde ik graag een harde koers en met een zo’n klein mogelijke groep (of zelfs solo) naar de finish. Zodoende verzetten Janneke en ik nog wat extra werk maar de gaten die we sloegen werden onmiddellijk gedicht door de oplettend rijdende Irene Schouten. Zij wist dat ze mij in de gaten moest houden en iedereen wist dat zij de snelste is als het op de sprint aankomt. Ik moest het er maar mee doen. In de sprint met een uiteindelijk zeer select groepje (de 5 rijdsters hadden zich weer los weten te werken van de grotere kopgroep) wist ik het podium net niet te halen en stak ik als 4e het puntje van mijn neus over de streep.

Een kopgroep mis ik werkelijk nooit maar het podium vrijwel altijd. Desalniettemin heb ik genoten van de wedstrijd en het beulen en bikkelen. Dit is waarom mijn liefde voor marathon schaatsen altijd zal blijven bestaan.