Blog
Vallen

Vallen en knallen

In Utrecht vond gisteren een zeer spectaculaire marathon plaats; wedstrijd nummer 4 van het seizoen. Vorige week had ik de wedstrijd moeten laten schieten en zodoende had ik een aantal punten gemist. Ik verscheen gisteren dus niet meer in het witte pak (jongeren klassement) aan de start maar in mijn oude vertrouwde iMFARMING pak.
Ik houd wel van de Vechtsebanen in Utrecht. Het ijs is niet al te goed; een beetje ruw en hier en daar wat scheuren. Tja… ik kan wel zeggen dat ik houd van die zware omstandigheden maar gisteren zat het me toch even tegen. Op het moment dat ik n
ét in de aanval wilde gaan trapte ik met mijn punt in een scheur en lag ik op het koude natte ijs. Ik tolde een paar rondjes op mijn kont (het ijs was ineens toch gladder dan het leek) en krabbelde zo snel mogelijk weer op. We hadden inmiddels een ronde of 35 gereden en de koers was in volle gang. Gelukkig wist ik na twee ronden bikkelen de aansluiting weer te vinden. Mijn coördinatie was even weg en de benen trilden nog na van de val maar ik herstelde even rustig in het peloton en vond mijn ritme weer terug. Het werd tijd voor de serieuze aanvallen!
De sterkste meiden uit het peloton kregen hun zin en er ontstonden twee losse kopgroepen die uiteindelijk beiden de aansluiting bij de staart van het het peloton vonden. In eerste instantie had ik niet eens in de gaten dat er naast de eerste kopgroep (waar ik deel van uit maakte) n
óg een groepje rond was gegaan. Toen ik achterom keek was ik verbaasd dat er een stuk of zestien dames achter mij reden.
Ik besloot tijdens de eindsprint van het peloton (deze sprint op 10 ronden voor het einde af om de kopgroep in de finale ruimte te geven) helemaal voorin te gaan zitten en me te laten meezuigen in hun kielzog. Zo kwam ik op tien ronden voor het eind met een flinke voorsprong te zitten. Ik probeerde het gat in eerste instantie te vergroten maar zag dat tien rondjes in mijn eentje bikkelen toch een beetje te veel gevraagd was. Zodoende kwam de grote kopgroep weer terug en probeerde ik mijn benen te strekken en te herstellen voor een lange sprint tegen de snelle meiden in de groep. De anderen waren ongetwijfeld iets frisser dan ik. Ik had al 70 bizarre wedstrijd rondjes achter de rug; een val en vele aanvalspogingen waardoor mijn benen wel zo’n beetje uit elkaar knalden van de verzuring. Ik ging
één ronde voor het einde de sprint aan. Het was aan de vroege kant maar ik wilde toch gaan! Het ging uitstekend. De klappen waren nog raak maar helaas kwamen Janneke Ensing en Lisa van der Geest voorbij. Op de streep was het nog even spannend maar moest ik in de laatste meters toch mijn hoofd buigen voor Imke Vormeer. Een vierde plaats was het hoogst haalbare vandaag. Desalniettemin was het een prachtige strijd! Het was prachtig geweest als het ook nog eens een podium plaats op had geleverd maar ik had een mooie avond gehad. Ik houd gewoon van knallen! Liefs alleen ‘knallen’ en niet ‘vallen en knallen’. Dat doe ik volgende week dan maar weer. Overigens wel weer in het witte pak mijn Haarlem!
Zin om eens te komen kijken? Volgende week zaterdag om kwart over zeven in Haarlem valt het startschot weer.
LMP_2062

Van de wereld aan de andere kant van de wereld

Ik was even van de wereld toen ik afgelopen zaterdag in de eerste volle ronde op het WK ten val kwam. Ik krabbelde snel op en deed een poging weer aan te haken bij de Zwitserse Sina Frei. Hierbij mijn blog over dit bewogen WK week aan de andere kant van de wereld.

Het was tien dagen vóór het WK dat zou plaatsvinden in het Australische Cairns. De leden van het Nederlands team, bestaande uit 7 renners en 3 begeleiders, sleepten met hun koffers, fietsen, massagetafels en gereedschap over de luchthaven. Er stond ons een lange reis te wachten. Via een tussenstop van 16 uur in Hongkong (die uiteraard werd gebuikt om wat cultuur te proeven) bereikten we uiteindelijk Cairns. Ik was meteen onder de indruk van het mooie gebied. Het regenwoud en het strand waren prachtig. Heel veel tijd om meer te zien van de overweldigende natuur in Australië was er niet. Het zou een belangrijk WK voor mij worden en ik focuste mij het liefst volledig op de wedstrijd. Ik voelde de goede vorm en op mijn laatste WK in de categorie ‘onder 23’ was ik er uiteraard op gebrand voor de medailles te gaan.
De trainingen voorafgaand aan de wedstrijd waren onwijs gaaf. Het was geweldig om dwars door de jungle te fietsen. De tropische bomen en lianen zag ik langsflitsen tijdens de snelle afdaling van dit parcours. Dat is nog eens genieten.

170909_20155_by_Weschta_AUS_Cairns_WCh_XCO_WU_Tauber
Dit ‘jungle parcours’ heeft alles in zich: krap, stijl, technisch en tactisch. Doordat de lange klim op dit parcours zo smal is, is er weinig plaats om in te halen en is een goede start cruciaal. Zigzaggend gaat de klim omhoog totdat je met gierende hartkleppen bovenaan de eerste ‘rockgarden’ komt. Door de vermoeidheid een extra lastig te nemen sectie. Direct hierna volgt een heuse raceafdaling met strakke kombochten en spectaculaire sprongen. De snelheid loopt hier op tot 50 km per uur.


Op zaterdag was ik klaar voor de wedstrijd. Met een paar pijnstillers achter de kiezen fietste ik me warm op de rollerbank. Tja, die pijnstillers had ik helaas nodig want de dag voor de race was ik op mijn knie gevallen en was er vocht in ontstaan. Gelukkig kwam er na vijf minuten fietsen weer een grote glimlacht op mijn gezicht. Ik had geen pijn en wist dat ik nog altijd mee zou kunnen strijden voor het podium.
Ik was pijlsnel uit de startblokken. Met een kopstart vloog ik over de eerste 300 meter van het parcours. Uit mijn ooghoeken zag ik Kate Courtney versnellen, een foutje maken en hoorde ik haar onderuit gaan. Ook Alessandra Keller viel en deze twee dames waren samen met Sina Frei mijn grootste concurrentes. Ik was blij dat ik niet bij de val betrokken raakte en sjeesde verder, nu vlak achter Sina Frei, het parcours over. In de eerste klim was ik tevreden met mijn tweede positie. Zolang ik Sina kon volgen was er geen reden om drukte te maken. We kwamen na
één ronde al op flinke voorsprong langs de start- finishlijn. Ik leek in een perfecte uitgangspositie te zitten. Maar… wil je winnen, dan moet alles van het begin tot het einde goed gaan. Eén simpel bochtje op stenige ondergrond schatte ik totaal verkeerd in en ik gleed onderuit. Gelukkig kon ik snel weer opkrabbelen en met spetters bloed op mijn mooie witte schoenen sloot ik weer snel aan bij Sina. Ik wilde nu geen fouten meer maken en was blij dat ik zo makkelijk weer de aansluiting had gevonden. Tóch ging het voor de tweede keer mis. Ditmaal had ik te maken met een veel langdurigere stop. Mijn derailleur gaf problemen waardoor mijn ketting er telkens af vloog. Vele dames flitsen langs en ik stond daar maar te prutsen. Dit gedoe kostte me ruim 40 seconden. Toch sprong ik vol goede moed weer op mijn fiets en begon aan mijn inhaalrace. Ik wist dat de regenboogtrui voor de wereldkampioen dit jaar niet van mij zou worden maar nog altijd had ik hoop op een podiumplaats. Al snel had ik de top 3 weer in zicht maar ik voelde dat mijn benen af en toe begonnen te verkrampen. “Shit” dacht ik, “ben ik nu toch te snel en te enthousiast aan mijn inhaalrace begonnen?” Het lukte niet meer, de power en het vertrouwen waren weg. Ik verloor een aantal plaatsen en keek soms gefrustreerd naar beneden waar ik een rood bebloed been als een wilde in de rondte zag trappen. Het was tevergeefs. Als 6e kwam ik over de finish. Ik baalde als een stekker. Ondanks het feit dat een 6e plaats niet slecht is, wist ik gewoon dat er veel meer had ingezeten.

De wond die mijn schoen rood had gekleurd was dieper dan gedacht. Een half uur na mijn wedstrijd werden er met zorg acht hechtingen in mijn knie geregen in de EHBO tent. Of het door de verdoving kwam of dat de dokter toverdraad gebruikte; ik kon alles toch snel weer in positief daglicht zien. Ik besefte me dat dit bij de sport hoort. Sport is hard maar zit vol emoties. Zonder teleurstelling bestaat er geen vreugde. Ik ga mijn knie goed laten genezen, zal de rustperiode in gaan en volgend seizoen weer keihard knallen in de Elite categorie.

Ik was overigens niet de enige met pech. Onze U23 jongen Marc Bouwmeester viel al op de eerste dag en moest een flink aantal dagen in het ziekenhuis doorbrengen. Ik hoop dat wij hem als team kracht en moed hebben geven en dat hij snel weer zal opknappen. Heel veel beterschap Marc!

driftkikkeren

Driftkikkeren is volgens de Dikke Van Dale geen werkwoord maar afgelopen zondag heb ik het woord toegevoegd aan mijn persoonlijke woordenboek.

Na mijn top 10 succes in Andorra wilde ik afgelopen zondag in Lenzerheide weer een superrace neerzetten. Dat maakte mij gretig en eager.

De nacht v
óórdat World Cup nummer 4 van start ging raasde er een flinke onweersbui over de prachtige bergen van Lenzerheide. Het parcours bleef niet ongedeerd en de volgende ochtend lagen de wortels er glad bij. Een (drift-)kikker zou zich dus als een vis in het water moeten voelen op dit modderige en gladde terrein. Zodoende was ik bij de start gemotiveerd en behoorlijk zeker van mijn zaak. Dit veranderde echter tijdens de wedstrijd.

Ik startte sterk en voelde dat ik power in mijn benen had. De lange klim die het parcours rijk was, daar wilde ik het verschil maken. Dat lukte uitstekend in de eerste fase van de race. Ik hield de top 5 in zicht en kon aanhaken bij een groepje meiden waaronder Alessandra Keller, Linda Indergand en Emily Batty. Het ging lekker en ik was erop gebrand in hun wiel te blijven. Echter was ik misschien t
é driftkikkerig om de gladde wortels de baas te zijn. Mijn eerste valpartij was meteen een behoorlijke klap. Ik viel op mijn gezicht en hoorde wat kraken. Niets vermoedend sprong ik weer overeind om verder te gaan. Niet veel later kwam ik erachter dat mijn frame gebroken was. Een grote barst was zichtbaar op mijn bovenbuis. Ik voelde me onzeker over mijn materiaal en was een beetje van slag na die klap op mijn gezicht.

Ik probeerde me te herpakken maar vanaf dat moment ging er elke ronde wel iets mis. Driftend met mijn voor- en achterwielen ging ik door de bochten. Soms kon ik mijn fiets nog maar n
et onder controle houden en soms was ik te onstuimig of te laat en ging ik weer op mijn snufferd. Ik verloor positie na positie en zakte terug naar de 14e plaats. In de laatste ronde reed ik vlak achter Sabine Spitz en Adelheid Morath en probeerde die twee plaatsen nog goed te maken. Dat maakte het helaas alleen maar erger. Ik kon mijn rust om technisch goed te fietsen deze wedstrijd echt niet bewaren en zo kwam ik als 15e over de finishlijn. Een beetje gehavend maar vooral gefrustreerd en boos op mezelf. Waarom ben ik toch zo’n driftkikker?

Met een blauw oog en een gebroken frame analyseerde ik de wedstrijd op de terugweg naar huis. Het was een lastige wedstrijd. Dat was het voor iedereen. Maar voor mij was het vooral heel erg leerzaam. Als broekie in de Elite klasse moet ik vooral proberen mezelf te verbeteren. Deze ervaring neem ik weer mee en zet de knop nu om. Op naar de kampioenschapswedstrijden: het NK en het EK staan voor de deur!

P.S. De foto toont mij in (nog) goede tijden, namelijk v
óór de eerste crash.

170709_13215_by_Dobslaff_SUI_Lenzerheide_XCO_WE_Tauber

talent voor 200km ploeteren

Bij elke graad vorst in Nederland hoop ik altijd op natuurijs. Mooi zwart ijs hoeft het niet te zijn, doe mij maar baggerijs. Welnu, dan heb ik afgelopen week tijdens de alternatieve elfstedentocht mijn zin gekregen!

Op de Weissensee in Oostenrijk had het de afgelopen weken hard gevroren en zodoende lag er een dikke plak ijs toen we arriveerden. Helaas sloeg het weer om en begon de ijsvloer te veranderen in een zwembad. "Ach" dacht ik "het zal vast meevallen". Ik had niet eens meer de moeite genomen mijn thermo overschoenen aan te trekken, koude voeten zou ik toch niet krijgen. Nou; koude voeten kreeg ik niet maar maar natte voeten waren gegarandeerd!

Pasted Graphic
Lees meer...